5 Zorgbeleid

Inleiding

De scholen voor Voortgezet Onderwijs in de regio Maastricht/Heuvelland vormen met elkaar het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO Maastricht e.o.
Binnen dit Samenwerkingsverband werken alle scholen voor Voortgezet Onderwijs intensief met elkaar samen om gezamenlijk vorm te geven aan Passend onderwijs.

5.1 Passend Onderwijs

Schoolbesturen voor voortgezet onderwijs hebben de opdracht om voor alle leerlingen passend onderwijs te organiseren. De schoolbesturen werken samen om invulling te geven aan deze zorgplicht.

Elk kind heeft recht op passend onderwijs, ongeacht niveau van leren en ontwikkeling. Schoolbesturen en scholen geven vorm aan passend onderwijs: ze bieden goede basisondersteuning en extra ondersteuning in samenwerking met ketenpartners zoals hulpverlening, schoolarts enz. Alle schoolbesturen werken samen en zijn vertegenwoordigd in het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO.

In Zuid Limburg zijn drie Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs (SWV, VO):

Regio Westelijke Mijnstreek: Beek, Schinnen, Sittard-Geleen en Stein.
Regio Maastricht-Heuvelland: Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul.
Regio Parkstad: Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal.

Deze drie samenwerkingsverbanden in Zuid Limburg werken nauw samen op zowel beleidsmatig als uitvoeringsvlak. Informatie over de Samenwerkingsverbanden VO Maastricht-Heuvelland en Parkstad kunt u terugvinden op de website:  I  www.passendonderwijszuid.nl

Dekkend aanbod
Het Samenwerkingsverband heeft de verantwoordelijkheid een onderwijsaanbod te organiseren, waarin alle leerlingen een passende plek vinden. Voor elke leerling met een ondersteuningsbehoefte wordt zo passend mogelijk onderwijs gerealiseerd opdat ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen. Daartoe werken de reguliere scholen en de scholen voor speciaal voortgezet onderwijs in het samenwerkingsverband nauw samen. Als uitgangspunt geldt: regulier onderwijs als het kan; speciaal onderwijs waar het nodig is.

Alle scholen hebben hun huidige mogelijkheden om leerlingen te begeleiden en te ondersteunen beschreven in het schoolondersteuningsprofiel (het SOP). De schoolbesturen in het SWV hebben een hoog niveau van de basisondersteuning vastgesteld en daarover afspraken gemaakt in het ondersteuningsplan. Alle scholen bieden dezelfde basisondersteuning. Wanneer een school in een situatie komt dat extra inzet noodzakelijk is om aan de specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van een leerling tegemoet te komen, wordt extra ondersteuning ingezet. Elke school heeft aangegeven welke extra ondersteuning zij heel concreet zelf kan leveren. Zowel de basisondersteuning als de extra ondersteuning is terug te vinden in de ‘kijkwijzer’ van elke school. Deze vindt u op de website van de school en op de website van het samenwerkingsverband.  I  www.passendonderwijszuid.nl

In de basisondersteuning speelt de mentor een belangrijke rol. Hij/ zij is het eerste aanspreekpunt voor leerling en ouders. Wanneer er meer ondersteuning nodig is dan de mentor kan bieden, overlegt de mentor met collega’s en teamleider om te komen tot de juiste ondersteuning. Wanneer ook dat niet toereikend is, kan een hulpvraag worden voorgelegd aan het ondersteuningsteam (O-team). Het O-team bestaat uit de zorgcoördinator, een begeleider passend onderwijs en een schoolmaatschappelijk werker. De schoolarts en leerplichtambtenaar nemen vaak deel aan het overleg van het O-team. Daarnaast kan het O-team een beroep doen op medewerkers van de gemeente, hulpverleningsinstanties enz.

Bovenop de (extra) ondersteuning die de verschillende scholen bieden, wordt er door het Samenwerkingsverband ondersteuning geboden in de vorm van arrangementen. Er zijn vastgestelde arrangementen (zoals bijvoorbeeld het schakeltraject), maar er worden ook arrangementen toegewezen, specifiek en op maat gemaakt voor een individuele leerling.

Aanmelding, zorgplicht en toelaatbaarheid tot speciaal (voortgezet) onderwijs.
Ouders melden hun kind schriftelijk op de school van keuze aan. Aanmelding betekent niet automatisch dat een kind geplaatst wordt. De school heeft na aanmelding zes weken tijd om te onderzoeken of zij een onderwijsaanbod heeft dat past bij de ondersteuningsvraag van een leerling. Deze periode kan eenmaal met maximaal vier weken worden verlengd. Van ouders wordt verwacht dat zij de school op de hoogte stellen als zij vermoeden dat hun kind (extra) ondersteuning nodig heeft.

Als een school de leerling niet kan plaatsen omdat zij niet kunnen voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van een leerling, zoekt de school (of het schoolbestuur) een passende onderwijsplek op een andere school. Dat kan een reguliere school zijn of een school voor speciaal onderwijs. Belangrijk daarbij is dat een goede balans wordt gevonden tussen het advies van de basisschool, de wensen van ouders en de mogelijkheden van scholen. Als extra ondersteuning in het speciaal onderwijs nodig is, dan wordt door de school waar het kind is aangemeld een toelaatbaarheidstraject gestart. Het samenwerkingsverband bepaalt of een leerling toelaatbaar is tot het speciaal onderwijs.

Meer informatie in het algemeen en over de toelaatbaarheid tot speciaal onderwijs in het bijzonder, kunt u terugvinden op de website  I  http://www.samenwerkingsverbandmaastricht.nl

Contactinformatie:
Samenwerkingsverband Maastricht - Heuvelland

Adres: Nieuw Eyckholt 290E
6419 DJ Heerlen
Directeur: Norbert Bollen
Contactpersoon: Yvette Collet Tel.nr.: 085- 488 12 80   |  info-vo@swvzl.nl

Ook kunt u meer informatie over passend onderwijs vinden op:
www.steunpuntpassendonderwijs.nl en op www.passendonderwijsenouders.nl
Het Steunpunt Passend Onderwijs is bereikbaar op telefoonnummer 0900-2020065 of per email via het contactformulier op de website.

Op de website van Ouders & Onderwijs: www.oudersonderwijs.nl
Het informatiepunt van Ouders & Onderwijs is bereikbaar op telefoonnummer 0800-5010 of per email:  |  vraag@oudersonderwijs.nl

Zorg-coördinatoren
Locatie Meerssen
Mevrouw M.M.E. Schoemaker, tel.nr. 043-358 61 22  |  m.schoemaker@lvo-heuvelland.nl

Mevrouw M.J.H. Weusten, tel.nr.  043-358 61 17  |  m.weusten@lvo-heuvelland.nl

Locatie Valkenburg:
De heer K. Vandeberg, tel.nr.  043-6098104         |  k.vandeberg@lvo-heuvelland.nl
Mevrouw S. Hahn, tel.nr.  043-609 81 12  |  s.hahn@lvo-heuvelland.nl

5.2 Leerlingenzorg

De leerlingenzorg binnen het Stella Maris College is gebaseerd op de uitgangspunten van passend onderwijs en het handelingsgericht werken (HGW).
Het doel is om goed onderwijs te realiseren, dat zoveel mogelijk is afgestemd op de onderwijsbehoeften van alle leerlingen. Het is van groot belang dat leerlingen zelf eigenaar worden van hun leerproces.
Het gaat om “gewone” leerlingen en om leerlingen die extra begeleiding nodig hebben omdat ze zich anders, langzamer of juist sneller ontwikkelen.
Binnen de zorg werken we volgens zes belangrijke uitgangspunten, waarbij we samenhang aanbrengen tussen mensen, processen en resultaten.
De zorgroute is flexibel en op maat toe te passen..

Uitgangspunten van handelingsgericht werken:

  • De onderwijsbehoeften van leerlingen staan centraal.
    Dé leidende vraag voor de docent/mentor/tutor/coach is steeds: wat heeft deze leerling nodig, wat zijn de onderwijsbehoeften én – ontwikkelingsmogelijkheden (qua leren, gedrag en werkhouding), hoe bepalen we die, en hoe kunnen we onze aanpak daarop afstemmen?
  • De werkwijze bij handelingsgericht werken is systematisch, in stappen en transparant. Het gaat om goed signaleren, analyseren, adviseren, uitvoeren en evalueren.
    De vakdocent/mentor/tutor/coach werken in 4 logisch op elkaar volgende stappen, die men bovendien in een cyclus herhaalt. Deze cyclus komt overeen met het Professionele Moment. (zie schema en hoofdstuk 2)

Deze stappen worden vastgelegd in het interventieformulier en/of handelingsplan of ontwikkelingsperspectief.

  1. waarnemen wat er aan de hand is;
  2. begrijpen hoe de situatie in elkaar steekt;
  3. plannen van de interventie(s) of acties;
  4. realiseren van de geplande interventie(s);
  5. evalueren van de resultaten (= 1. waarnemen).

  • De docent doet ertoe.
    Zij maken het verschil. Zonder docent geen onderwijs! Op het Stella Maris College realiseren docenten zich terdege dat zij tot op zekere hoogte invloed hebben op het functioneren van de leerlingen. Vandaar dat zij zich ook verdiepen in de mens achter de leerling in de klas
  • Positieve aspecten zijn van groot belang.
    Vaak ziet men, door een gerichtheid op problemen, positieve kenmerken over het hoofd. HGW richt zich daarom nadrukkelijk op de mogelijkheden van déze leerling, déze leerkracht, déze klas/groep, déze ouders en dít gezin. Hierin liggen immers aanknopingspunten om ontwikkelingen in een wenselijke richting (bij) te sturen! Het benoemen van positieve aspecten bevordert ook de sfeer in een gesprek tussen docent/mentor/tutor/coach en ouders.
    Daarom is het zo belangrijk naar elkaar uit te spreken wat men waardeert aan de leerling, de ouders en de docent/mentor/tutor/coach.
  • We werken constructief samen.
    Samenwerken met álle direct betrokkenen tijdens het gehele traject is belangrijk. De docent/mentor/tutor/coach is de onderwijsprofessional: zij/hij kent de leerling op school het beste. De ouders zijn de ervaringsdeskundigen: zij kennen hun kind het langste, en weten hoe het handelt en reageert in uiteenlopende situaties in het gezin en daarbuiten. Een sterke betrokkenheid van de ouders bij het onderwijs is dus wenselijk én het loont als de school daar steeds in investeert.
    Leerlingen hebben zelf vaak goede verklaringen en simpele oplossingen. Daarom is het belangrijk om met leerlingen te praten, en niet alleen over en tegen hen. Het is van groot belang om de leerling zelf eigenaar te maken van zijn leerproces.
  • Ons handelen is doelgericht.
    De docent/mentor/tutor/coach formuleert (met ouders en leerling) haalbare en toetsbare doelen. Bovendien bekijkt men steeds na een afgesproken periode de bereikte resultaten (evaluatie).
    Het goed volgen en evalueren van het geboden onderwijs zorgt ervoor dat duidelijk wordt of:
    - de leerling de gestelde tussendoelen haalt
    - de leerling profiteert van het onderwijs en van de extra hulp.

Het einddoel is het behalen van een diploma!               

5.3 PM Methodiek

Binnen de leerlingenzorg hanteert het Stella Maris College de PM-systematiek.

Het begrip Professioneel Moment (PM) markeert een gebied/moment van begeleiding binnen de ondersteuningsstructuur van school, nl. Professioneel Moment     0, I, 2, 3, 5 en 5.
De ondersteuningsstructuur geldt voor alle leerlingen, met of zonder een extra ondersteuningsbehoefte. Leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte worden binnen de route intensiever begeleid en gevolgd.
Vanuit de PM structuur kunnen in het kader van de zorgplicht de juiste keuzes gemaakt worden t.a.v.:

  • Toelaten binnen de basissondersteuning en het schoolondersteuningsprofiel (SOP);
  • Toelaten binnen de basissondersteuning en het schoolondersteuningsprofiel (SOP) met extra ondersteuning. De ondersteuning wordt vastgelegd in het dossier;
  • Doorgeleiding naar het VSO of een reguliere andere school;
  • Niet toelaten.

Methodische opbouw van de leerling ondersteuning

  1. Informatie verzamelen | Leerlingvolgsysteem | dossier | PM-systematiek | leerlingbespreking | testinstrument(en);
  2. Behoefte (h)erkennen en benoemen;
  3. Doelen bepalen (smart afstemmen met betrokkene(n) | rolverdeling | contact en contract maken;
  4. Interventie(s) bepalen | verantwoordelijkheid en eigenaarschap beleggen (‘eigen kracht’ gezin en context inzetten | betrokkenheid vs. Invloed;
  5. Interventie(s) volgens plan uitvoeren;
  6. Activiteiten evalueren | mogelijk bijstellen.


            


5.4 Zorgniveaus

Zorgniveaus
Om een helder beeld van de zorg en de daarmee samenhangende problematiek te krijgen, is het van belang onderscheid te maken in de niveaus van zorg. Eigenlijk benaderen we ons gehele onderwijs vanuit het begrip zorg voor kwaliteit. De niveaus van zorg die we onderscheiden, bevatten onderscheidende elementen van zorg, die gericht zijn op het handelen van de leerkracht en de organisatie. In de beschreven niveaus van zorg gaat het om leerkrachtvaardigheden, die binnen de niveaus van belang zijn, waarbij de zorgniveaus PM 1 en 2 onze basisondersteuning is. Hoe meer we daar de juiste dingen doen, hoe minder kinderen opschalen naar niveau 3, 4 en 5.

Wat is onze basisondersteuning?
PM 1:

Het pedagogisch klimaat en het didactisch handelen in de klas/groep, waarbij de interactie tussen leerkracht en leerling gebaseerd is op onderling respect, vertrouwen, veiligheid, regels en afspraken binnen de context van het gekozen
onderwijskundig concept en gedragsregels van het Stella Maris College.
Gestructureerd klas/groepsmanagement. Het gaat hierbij dan met name om de meest basale voorwaarden van een goed voorbereide omgeving, waarbij bereikbaarheid van materialen, plaatsing van leerlingen, sfeer en klimaat in de ruimte van groot belang zijn.

  • Begeleiding van de mentor/tutor/coach in de mentorgroep/basisgroep;
  • Protocol Veilige School (o.a. pestprotocol, roken, alcohol en drugs, schoolwacht);
  • Medisch protocol in de klas/groep voor leerlingen met diabetes, chronische ziektes en allergieën.

Voor een kleine groep leerlingen, waarvoor de uitgezette preventieve maatregelen niet de gewenste resultaten opleveren, schakelt de leerkracht de mentor/tutor/coach in, waarbij intern naar oplossingen wordt gezocht.
Leerling en ouders worden hierbij betrokken. De afspraken worden uitgevoerd en geëvalueerd op didactisch en gedragsmatig vlak.
De mentor/tutor/coach plaatst de afspraken en evaluatie in Magister.

  • Mentor/tutor/coach biedt extra individuele begeleiding;
  • Vakdocenten weten de beleidsplannen voor dyslexie en dyscalculie toe te passen in de klas/groep/groep;
  • Deelname aan de remedial teaching dyslexie en dyscalculie klas/groep 1.

Zie bijlage: 10.17.6 Dyslexiebeleidsplan

Zie bijlage: 10.17.6.a Dyscalculiebeleidsplan

PM 2:
De mentor/tutor/coach is de bewaker van de vragen, bestemd voor leerlingbespreking/teamoverleg; zijn de vragen logisch, begrijpelijk, zijn er voldoende acties
uitgevoerd op grond waarvan doorgeleiding naar stap 2 nodig blijkt, van welke docenten komen ze en van welke niet, welke positieve leerling kenmerken kunnen we inzetten?

  • Vakdocenten formuleren samen handelingstips ten behoeve van de begeleiding in de klas/groep;
  • Inzet van bijvoorbeeld gedragskaarten of gedragsvragenlijsten;
  • Casusoverleg met teamleider;
  • Doorverwijzing naar het ondersteuningsteam;
  • Inzet ICT-hulpmiddelen in overleg met zorgcoördinator;
  • Inzet leerlingen helpen leerlingen;
  • In Magister worden de afspraken en resultaten vastgelegd.

Wat is onze extra ondersteuning?

PM 3 en 4:
Externe deskundigen (die deel uitmaken van ons ondersteuningsteam of ZAT), zorgcoördinator en ouders worden ingeschakeld om nadere analyse te plegen van het geconstateerde probleem op didactisch en gedragsmatig vlak.
Aan de hand daarvan wordt er een handelingsplan (HP) of ontwikkelingsperspectief (OPP) geschreven.
In het handelingsplan of ontwikkelingsperspectief kunnen de onderstaande ondersteuningsmogelijkheden beschreven worden.

  • Inzet begeleider Passend Onderwijs voor leerlingen en docenten leerjaar 1 t/m 6;
  • Inzet extra ondersteuning van mentor/tutor/coach en zorgcoördinator;
  • Inzet materiële hulpmiddelen (b.v. extra boekenpakket, ICT-hulpmiddelen, bijles, remedial teaching);
  • Inzet zorgarrangementen samenwerkingsverband;
  • Inzet maatwerkplaats.

PM 5:
De grenzen van de zorg binnen de school zijn bereikt, waar het de didactische en/of gedragsmatige en/of medische mogelijkheden betreft.
Er wordt gezocht naar een definitieve oplossing in overleg met het CTO (Commissie Toewijzing Ondersteuning(arrangementen), Commissie die toelatingsverklaringen (VSO en PrO0 en aanwijzingen (LWOO) adviseert aan de directeur van het samenwerkingsverband) van het samenwerkingsverband Maastricht e.o.

5.5 Zorgactiviteiten

Het ZorgAdviesTeam
Het normale onderwijs- of leefklimaat is niet voor elke leerling even gemakkelijk. Soms raken leerlingen in de knoop door problemen van persoonlijke aard, zoals gepest worden, conflicten en problemen met hun gevoelens, hun seksualiteit of de situatie thuis. Natuurlijk kan een leerling dan terecht bij zijn mentor. Soms zijn de problemen echter te complex en is naast de interne begeleiding ook een aanmelding bij het ZorgAdviesTeam (ZAT) nodig. Op verzoek van school kan een medewerker van het Sociaal Team van de gemeente waar het kind woont aansluiten.

5.5.1 De Jeugdgezondheidszorg GGD Zuid Limburg
De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Zuid Limburg volgt de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van alle jeugdigen van 4 tot 18 jaar. Als je in de 2e klas van het Voortgezet Onderwijs zit nodigen we je uit voor een gezondheidsonderzoek. Maar je kunt ook zelf contact opnemen met het team JGZ, als je vragen hebt. Het team JGZ werkt nauw samen met school en met andere organisaties in het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).

Gezondheidsonderzoek
De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Zuid Limburg volgt de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van alle jeugdigen van 4 tot 18 jaar. Als je in de 2e klas van het Voortgezet Onderwijs zit nodigen we je uit voor een gezondheidsonderzoek. Maar je kunt ook zelf contact opnemen met het team JGZ, als je vragen hebt. Het team JGZ werkt nauw samen met school en met andere organisaties in het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).

Aanvullende informatie is erg belangrijk
Om te weten of er dingen zijn waar we extra op moeten letten, vragen we je van tevoren een vragenlijst in te vullen. Hierin komen allerlei gezondheidsaspecten aan bod. Laat de uitnodiging en vragenlijst ook even aan je ouders zien, zodat zij weten dat je bent uitgenodigd en waarnaar gevraagd wordt. Vul de vragenlijst dan in en neem ‘m mee naar het gezondheidsonderzoek. Uiteraard gaan we zorgvuldig om met al je gegevens. 

Inentingen
Meisjes krijgen in het jaar dat ze 13 worden twee HPV prikken (vaccin tegen baarmoederhalskanker). Hiervoor ontvang je een uitnodiging.

Terugdringen schoolverzuim wegens ziekte.
Jongeren die vaak verzuimen, lopen een grotere kans om geen diploma te halen dan leeftijdgenoten die weinig lessen missen. Daarmee nemen hun kansen op een goede vervolgopleiding en baan af, terwijl de gezondheidsrisico’s toenemen. Daarom werkt de Jeugdgezondheidszorg nauwer samen met de school en het regionale bureau leerplicht, om het verzuim bij ziekte terug te dringen en achterliggende problemen snel aan te pakken.

Vragen of zorgen?
Als je vragen hebt of je zit niet lekker in je vel, neem dan gerust zelf contact op met het Team JGZ. Of loop eens binnen bij de jeugdverpleegkundige als ze op school is. Ook ouders kunnen met vragen of zorgen over de ontwikkeling of het gedrag van hun zoon/dochter contact opnemen met het Team JGZ. Wij helpen u graag!

De jeugdgezondheidszorg locatie Meerssen en Valkenburg
Contact:
Team JGZ Heuvelland tel.nr. 088-880 50 34 nfojgz.heuvelland@ggdzl.nl
bereikbaar op werkdagen van 8:30 uur tot 12:30 uur
www.ggdzl.nl/burgers/jeugd-en-gezin/jeugdgezondheidszorg

Jeugdarts

De heer F Feron 
Verpleegkundige Meerssen
Mevrouw M van Hoof  |  T 06-21 71 03 44  |  mariel.vanhoof@ggdzl.nl

Verpleegkundige Valkenburg
Mevrouw R Hoogerhuis | T 06-22230907  |  rinske.hoogerhuis@ggdzl.nl

5.5.2 Schoolmaatschappelijk werk
Beide locaties van onze school maken gebruik van een schoolmaatschappelijk begeleider. De hulpverlening richt zich met name op de jongeren, maar ouders/opvoeders kunnen ook steun krijgen bij het omgaan met de problemen van hun kind. Als het gaat om ingewikkelde zaken of een andere vorm van hulp, dan wordt er doorverwezen.

Onze schoolmaatschappelijk begeleiders zijn:
Locatie Meerssen:
Mevrouw R. van den Bos tel.nr  043-7.63.00.40  |  rianne.v.d.bos@trajekt.nl

Locatie Valkenburg:
Marloes Tijink| Consulent Team Jeugd

5.5.3 Anti-pest coördinatorSchool moet zorgen voor een sociaal veilige omgeving en moeten pesten tegengaan. Om pesten grondig aan te pakken heeft school een aanspreekpunt voor leerlingen en ouders.
Deze Anti-pest coördinator coördineert een systematische en samenhangende aanpak van het pestgedrag, behartigd de belangen van leerlingen en ouders in het kader van pesten en houdt contact met betrokkenen totdat het pesten is gestopt.

 Zie bijlage 10.17.1 Protocol (cyber) Pesten

Onze anti-pest coördinatoren zijn:
Locatie Meerssen:
Mevrouw A. Smeets  tel.nr  043-3856100  |  angelique.smeets@lvo-heuvelland.nl

Locatie Valkenburg:
Mevrouw J Jacobs tel.nr. 043-6098111  |  j.jacobs@lvo-heuvelland.nl

5.6 De Maatwerkplaats

Deze voorziening is er voor reguliere leerlingen die om uiteenlopende redenen dreigen vast te lopen binnen school of tijdelijk wat extra ondersteuning nodig hebben.

  • De maatwerkplaats is een beperkt aantal dagen toegankelijk in lokaal 104.
  • Voor elke leerling is er een individueel traject met als doel om weer volledig deel te nemen aan de lessen en aan te haken bij de eigen klas/groep
  • De maatwerkplaats houdt zich bezig met de volgende punten:
    -rust hervinden binnen de drukke schoolomgeving;
    -leren: hoe structureren, plannen, organiseren en hoe leren;
    -aan de reguliere lesstof werken om bijvoorbeeld opgelopen achterstanden in te lopen;
    -gesprekken in het kader van leerlingbegeleiding;
    -teruggeleiden naar de reguliere klas/groep / basisgroep
  • Voor sommige leerlingen is de maatwerkplaats een “kleinschalige pauzeplek” (b.v. autistische leerlingen die snel overprikkeld raken)

Een belangrijk onderdeel van de maatwerkplaats is het ondersteuningsteam en het Zorg Advies Team (ZAT).
De mentor / tutor / coach blijft altijd betrokken bij de leerling en onderhoudt de communicatie met ouders en vakdocenten. Het ondersteuningsteam en/of ZAT houdt contact met de psycholoog / psychiater of specialist die er extern is.

De maatwerkplaats is gekoppeld aan PM 3 en PM 4. Het ondersteuningsteam en/of ZAT beslissen of deze voorziening voor een leerling van school noodzakelijk is.

5.7 Preventieteam

Het preventieteam houdt zich primair bezig met activiteiten op het gebied van preventieve voorlichting over roken, alcohol en drugs, voorlichting over seksualiteit en voorlichting over voeding en bewegen. Teamleiders, sectordirecteuren en zorgverleners binnen school worden op de hoogte gehouden van de activiteiten en kunnen onderwerpen aandragen waarvoor het preventieteam, na meting van de behoefte, activiteiten voor gaat ontwikkelen. De thans geldende activiteiten zijn:

  • seksuele voorlichting in 2e klassen;
  • voorlichting door COC in 2e en 4e klassen;
  • preventieve voorlichtingsmodules over roken, drugs en alcohol in klassen 1 2 en 3.

Ook het project “De gezonde school en genotmiddelen” hoort hierbij.

Stella Maris College Meerssen en Valkenburg is een rookvrijeschool
Er geld voor iedereen een algemeen rookverbod.

Gokken en drugs zijn streng verboden.

5.7.1 De politie
Het Stella Maris College werkt nauw samen met de politie om de veiligheid in en om de school te vergroten. Zo willen we overlast, vandalisme en crimineel gedrag zien te voorkomen en met kracht bestrijden.
Beide locaties hebben een contactpersoon binnen de politie.

5.7.2 De veiligheid en gezonde school
Het Stella Maris College is een van de ondertekenaars van het convenant Veilige School. Ook de politie, gemeenten, GGD en het Openbaar Ministerie hebben mee ondertekend. In het Convenant zijn allerlei afspraken vastgelegd over de veiligheid op school. Dit houdt onder meer in dat er een verbod is op het plegen van vandalisme, intimidatie, discriminatie, bedreigingen en ander crimineel gedrag. Verder wordt bij constatering van het plegen van een misdrijf altijd aangifte gedaan bij de politie. Als er een vermoeden van crimineel gedrag bestaat, wordt contact opgenomen met de politie/schoolagent. Dit contact wordt zo nodig gevolgd door verdere acties, waaronder aangifte

5.7.3 De gezonde school en genotmiddelen

Het Stella Maris College baseert zijn beleid voor wat betreft de gezonde school en genotmiddelen op het Genotmiddelen Protocol Voortgezet Onderwijs.
Dit protocol is tot stand gekomen in samenwerking met de GGD Zuidelijk Zuid Limburg en verslavingspreventie Mondriaan Zorggroep.
De school wil gezond gedrag en een verstandige leefstijl van leerlingen en personeel bevorderen. Leerlingen krijgen niet alleen uitgebreide informatie over de verschillende genotmiddelen en de risico’s van gebruik, maar bespreken ook met elkaar hoe verstandig om te gaan met alcohol en drugs. In voorkomende gevallen is de begeleiding erop gericht, leerlingen (en ouders/ verzorgers) te helpen bij problemen die het gevolg zijn van het gebruik/ misbruik van genotmiddelen. Verder gelden op school regels aangaande genotmiddelen, die door iedereen nageleefd moeten worden. Deze regels bieden duidelijkheid en voorkomen willekeur in aanpak en sancties bij het gebruik van genotmiddelen in en rond de school.

5.7.4 Regels en afspraken
Roken
Stella Maris College Meerssen-Valkenburg is een rookvrije school.

Op Stella Maris Meerssen en Valkenburg is er een algemeen rookverbod in het schoolgebouw en het schoolterrein.
De school ontraadt leerlingen en personeel te roken en wijst nadrukkelijk op de gevaren ervan.

Alcohol
Het gebruik van alcohol in het schoolgebouw of in de directe omgeving is tijdens lessen en lesdagen en voor en na schooltijd verboden. Aan leerlingen onder de 18 jaar wordt bij schoolfeesten geen alcohol verstrekt. Dit geldt ook voor alle andere activiteiten die onder verantwoordelijkheid van de school georganiseerd worden. Het is niet toegestaan om zelf alcoholhoudende dranken mee te brengen.

DrugsHet is verboden om cannabisproducten (zoals hasj, weed en marihuana) en overige drugs die onder de Opiumwet vallen te bezitten, te verhandelen of te gebruiken op school, op het schoolterrein en tijdens buitenschoolse activiteiten, zoals schoolfeesten, klassenavonden, excursies, schoolreizen, werkweken en sportdagen.
Tegen het verstrekken (dealen of doorgeven) van drugs wordt streng opgetreden.

Zie bijlage: 10.17.4 Protocol Drugs en Alcohol

Medicijngebruik
Zie bijlage:
10.17.7 LVO Protocol Medicijnverstrekking & Medisch Handelen

Gokken
Gokken om geld of goederen in welke vorm dan ook is voor iedereen te allen tijde verboden in de school, op het schoolterrein en in de directe omgeving van de school. Ook bij alle andere activiteiten onder verantwoording van de school is gokken verboden. De schoolleiding kan een uitzondering maken voor het organiseren van kansspelen waarvan de opbrengst bestemd is voor een goed doel. Een vergunning is hiervoor noodzakelijk.

Aanpak en sancties
Alle overtredingen van bovenstaande afspraken worden doorgegeven aan de mentor en de betrokken teamleider. De teamleider registreert de gesprekken en bepaalt de sanctie, indien nodig in overleg met het bevoegd gezag.

Stappen bij gebruik van alcohol, cannabis, XTC en andere drugs en het zich schuldig maken aan gokken zijn:

  • In gesprek tussen mentor en / of teamleider en de leerling wordt gepoogd de achtergrond van het misbruik te achterhalen;
  • In principe worden ouders / verzorgers op de hoogte gesteld. Als de belangen van de leerling zich daar duidelijk tegen verzetten, worden ouders/ verzorgers (nog) niet ingelicht. Mentor en teamleider beslissen hierover;
  • Als besloten wordt de ouders / verzorgers in te lichten, wordt dit van tevoren aan de leerling meegedeeld;
  • De ouders/ verzorgers worden uitgenodigd voor een gesprek. De leerling is bij dit gesprek, of een deel daarvan, aanwezig;
  • Indien de gesprekspartners dit wensen, wordt advies ingewonnen bij of verwezen naar interne begeleiders of externe professionele hulpverleners;
  • De mentor gehoord hebbende, bepaalt de schoolleiding of er al dan niet disciplinaire maatregelen worden getroffen.

Stappen bij dealen of doorgeven van alcohol, cannabis, XTC en andere drugs zijn:

  • Er volgt altijd een gesprek tussen ouders/ verzorgers, leerling, mentor en teamleider;
  • Er wordt duidelijk gemaakt dat het reglement is overtreden en dat er dus sancties volgen;
  • Er wordt in ieder geval melding of aangifte gedaan bij de politie. Afhankelijk van de ernst van de overtreding (hoeveelheid, soort etc.) en van de leeftijd van de leerling, volgt schorsing of verwijdering;
  • Indien het belang van een leerling zich daar niet tegen verzet, kan overwogen worden, na overleg met ouders/ verzorgers, de hulp van een interne begeleider en/ of externe professionele hulpverlener in te roepen.

Met betrekking tot reizen en excursies geldt de volgende aanvulling:

  • Roken in openbare gebouwen, in de bus en op slaapkamers is verboden;
  • Roken in gastgezinnen is alleen toegestaan na uitdrukkelijke toestemming van de gastouders;
  • Het is verboden alcoholhoudende dranken mee te nemen en tijdens de reis te nuttigen;
  • Overmatig gebruik van alcoholhoudende dranken is niet toegestaan. De reisleiding kan besluiten tot sancties;
  • Gokken om geld of goederen is te allen tijde verboden;
  • Bezit van of handel in en / of gebruik van drugs is ten strengste verboden.
  • De deelnemer zal onmiddellijk van verdere deelname worden uitgesloten; vervoer naar huis zal plaatsvinden op kosten van de ouders / verzorgers, dan wel bij meerderjarigheid op eigen kosten.
  • Indien een deelnemer ten gevolge van bezit en / of handel in drugs in aanraking komt met justitiële autoriteiten in Nederland of in het buitenland, dan zal de reisleiding onmiddellijk de ouders in kennis stellen.
    Deze zullen dan voor verdere afhandeling zorg dienen te dragen. Bij meerderjarigheid van de deelnemer wordt deze geacht zelf de consequenties van handelen te dragen.

Bij reizen en werkweken zullen ouders en leerlingen bovenstaande regels voor gezien en akkoord ondertekenen.

Aansprakelijkheid
In de Europese gemeenschap kunnen de begeleiders niet strafrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor eventueel drugsbezit van leerlingen indien de begeleiders hiervan niet werkelijk kennis dragen. Bij ontdekking van drugsbezit door buitenlandse autoriteiten zijn de consequenties dan ook direct voor de leerling. Bij overtreding van de afspraken met betrekking tot genotmiddelen, wordt door de leiding streng opgetreden.
Wanneer de ouders toestemmen in de deelname van hun zoon/dochter aan een reis en alle informatie over het programma en begeleiding hebben ontvangen, dragen zij ook de verantwoordelijkheid voor de houding en het gedrag van hun zoon/dochter tijdens de reis. Bij ernstige misdragingen zal de begeleiding contact opnemen met de ouders.
Van de leerlingen wordt verwacht dat zij zich houden aan de regels en afspraken. Bovendien wordt verwacht dat zij medeleerlingen die zich niet aan de afspraken houden, ten goede proberen te beïnvloeden. Iedere deelnemer moet zich ervan bewust zijn, dat het zich niet houden aan de regels consequenties heeft voor zichzelf en de groep.